| QAT III krijgt in Nederland een eigen gezicht |
Hans Eric Jansen, bijzonder gewaardeerd in Nederland als ex-CEO van Delta Lloyd, werd onze QAT III co-directeur in Nederland. Elders in deze nieuwsbrief belichten we deze persoonlijkheid nader. Kort daarna liep onze ploeg een ondernemende Nederlander tegen het lijf. Ervaringen werden uitgewisseld, plannen gesmeed, en al spoedig versterkte Gorrit-Jan Blonk ons team in Nederland. Gorrit-Jan is 45, getrouwd en de trotse vader van 3 kinderen. Hij is een geboren en getogen inwoner van Wassenaar. Na een omweg via Shell en ABN AMRO nam hij de leiding van het familiebedrijf, de Wittebrug, actief in de autoverkoop. Hier volgt een interview met Gorrit-Jan. Gorrit-Jan: “Mijn ouders hebben 3 kinderen, ik heb een oudere zus en een oudere broer. Ik ben de jongste. Na mijn middelbare school ben ik naar Rotterdam gegaan en heb er bedrijfseconomie gestudeerd. Ik ben groot gebracht in een ondernemersgezin, mijn grootvader richtte ooit het bedrijf op: “de Wittebrug” , in de regio Den Haag dealer van Seat, VW, Audi en Porsche. Later kwam er ook “schade”, “leasing” en “verhuur” bij. Na mijn studie kwam ik bij Shell terecht en heb er een stage van een half jaar in het buitenland, Portugal, gelopen. Toch besliste ik toen om in het familiebedrijf te gaan omdat 1) het mijn roeping was en 2) binnen zo een groot bedrijf als Shell, voor je het allemaal voor mekaar hebt, iedereen mee moet beslissen. Corporate culture.” “Als voorbereiding op het familiebedrijf, heb ik drie maanden in Haarlem op de afdeling kredietverlening van een bank gewerkt. Heel veel geleerd van het kredietenvak en dan vooral waarom aanvragen werden afgewezen.” “Zo kwam ik op 1 januari 1994 in het familiebedrijf, toen 140 man groot. Met instemming van mijn familie nam ik er in 1998 de eindverantwoordelijkheid. Begin 2010 hebben we ons bedrijf verkocht, ondertussen bijna 300 man groot met een omzet van bijna 150 miljoen euro, dubbel in omvang.” Waarom stap je dan uit een bedrijf dat in zijn derde generatie zit? Gorrit-Jan: “De zeggenschap over ons eigen familiebedrijf ging met rasse schreden achteruit. Wij werden een franchisenemer en de franchisegever bepaalde. En daarenboven was het verdienmodel niet goed. Al met al vonden wij het vakgebied niet meer leuk en oordeelden we dat onze centjes in andere branches beter en meer konden renderen dan in de “automotive”. We verkochten begin 2010 aan iemand die ook nog in de auto’s zat, die dus een hoop synergie kon behalen. We hebben alleen nog onze panden in eigendom, die worden verhuurd.” En hoe was jouw eerste contact met QAT ? Gorrit-Jan: “Een relatie van mijn vader bracht mij in contact met Hans Eric Jansen. Daar had ik direct een heel goed contact mee. Zo ben ik dan ook in gesprek gekomen met Yves en dat klikte ook meteen. En waarom klikte dat?: Ik was geïnteresseerd in private equity maar niet in de vorm van “investeren - en dan van op afstand gaan kijken”. Nee, ik wilde zelf wat gaan doen, er gaan “inzitten” om de investering zelf tot een succes te maken. Dat sprak mij aan.” “Yves maakte mij het verschil duidelijk tussen investeren en ondernemen. Hij zei: “Ik begrijp wat jij wilt. Jij kan ondernemen, maar investeren dat is een gans ander verhaal.” Dus heeft Yves mij de win win van QAT III uitgelegd en daar voel ik mij ook thuis. Vandaag ben ik heel intensief bezig met “dealflow” en met het bekend maken van QAT in Nederland.” “De prestaties van QAT I en QAT II vond ik overigens heel knap. Ik kreeg meteen een goed gevoel. Toch zag ik mijn toegevoegde waarde meer in meerderheidsparticipaties en “later stage” om het zo maar te zeggen. Omdat ik een familiebedrijf heb gehad, vond ik me helemaal terug in het QAT III model. De manier waarop QAT kijkt naar mensen en omgaat met mensen en met bedrijven, dat staat me aan. Niet het cowboy gevoel dat ik tot dan met PE had. Ik bouwde onlangs een activiteit uit die heet “2 the next step”. Bedrijven zoeken om ze “2 the next step” te helpen. Dat vind ik terug in de doelstelling van QAT: bedrijven willen helpen “to the next level”. “So that’s where we meet.” “Hoewel de roots van QAT in België liggen, begreep ik van Yves en van Hans Eric dat QAT III een meer Nederlands gezicht moest hebben, letterlijk en figuurlijk. QAT III moet in Nederland bekender worden en minstens op hetzelfde niveau komen als in België. Daar werk ik graag aan mee.” Is het dan juist dat jij QAT ook ervaart als een buitenbeentje in de PE wereld? M.a.w. wat onderscheidt QAT? Gorrit-Jan: “Hoewel ik de PE wereld niet zo goed ken, vind ik de aanpak van QAT eerlijk en oprecht en veel meer “hands-on” dan andere die enkel met financiële ratio’s bezig zijn.” De kranten bezorgen PE-sector niet altijd een goede pers. Toen ik QAT ontmoette, bleek dat dit heel anders in elkaar zit. QAT onderscheidt zich wel degelijk ten opzichte van anderen door twee dingen: Ten eerste: ondernemers die met ondernemingen bezig zijn – geen mensen op een roze wolk. En ten tweede: het daadwerkelijk “hands-on” betrokken zijn bij de onderneming. Je moet de MKB-ondernemingen die QAT III zoekt, familieondernemingen met een opvolgingsvraagstuk, kunnen voelen. Als MKB-ondernemer geloof ik dat ik dat kan. Daarom juist klikte het met Yves en Hans Eric.” Wat vind je dan de belangrijkste uitdaging voor QAT in Nederland? Gorrit-Jan: “QAT bekender maken en succesvolle bedrijven met groeipotentieel aantrekken, dat is mijn doelstelling. Daarom vind ik de rolverdeling leuk: Hans Eric voor fundraising gezien zijn achtergrond. Ik voor de “dealflow”. En QAT op de kaart zetten. Ik vind dat er in Nederland voldoende familiebedrijven moeten zijn en ook blijven, dat is waaraan ik wil meewerken, samen complementair met Hans Eric.” “Ik praat met M&A bureaus, banken, accountants, advocaten, participatiemaatschappijen, brancheorganisaties, werving en selectiebureaus, heel breed dus, wat reeds tot heel wat investeringsdossiers leidde.” Wat is de mooiste ervaring uit jouw carrière en wat zou je anders doen? Gorrit-Jan: “Twee woorden “bouwen” en “afstand”. “Ik ben trots op het feit dat wat mijn grootvader en mijn vader reeds mooi hadden neergezet, ik heb mogen oppakken en verder heb kunnen uitbouwen. Toen ik eraan begon hadden we 140 man in dienst die vanuit 5 verschillende vestigingen de markt in Den Haag bedienden. Het was toen een gedecentraliseerde organisatie waarbij elke vestiging zelfstandig opereerde onder een eigen naam. Daar er veel synergie mogelijkheden waren hebben we er in 1998 voor gekozen om de organisatie te centraliseren en ons ook als groep te presenteren in plaats van allemaal afzonderlijk. Deze centralisatie was goed mogelijk daar alle bedrijven zich in de regio Haaglanden bevonden en de afstand te overzien was. Met het centraliseren van de backoffice (Finance, HRM, ICT, Marketing enz.) werd veel synergie op het vlak van kosten gerealiseerd. Toen we het bedrijf verkochten begin 2010 werkten er 300 medewerkers vanuit 12 vestigingen. Al met al ben ik trots op wat ik heb mogen opbouwen” “Wat zou ik anders doen?: Ik zou wat vaker afstand nemen. Je kan soms zo bevlogen raken door hetgene waar je mee bezig bent, dat je de big picture niet meer ziet. Het is soms goed even afstand te nemen. Ga even mee in de helikopter, vlieg even boven het bedrijf. Dan ga je de big issues zien. Afstand nemen is belangrijk.” “Bouwen en als een team werken vind ik dus leuk. Dat vind ik ook bij QAT.” |

Nieuws